OP WEG NAAR HET KAPITTEL

 

Voorbereidende kapittelbijeenkomst op 10 december

Voor vandaag stonden 2 belangrijke punten op het program nl. de keuze van afgevaardigden voor het generaal kapittel in 2010 in Brazilië en de definitieve vaststelling van de werkgroepen en haar leden als voorwerk op het provinciaal kapittel in 2009.
 
Pater TJeu Timmermans wees in zijn inleiding over “Internationaliteit” erop: "dat de zusters hebben gekozen voor een Oosterse tent als symbool. Ook de vlaggen rondom de kapittelkaars maken de internationaliteit zichtbaar, evenals de inleiding van zr. Cornelia die voelbaar maakt dat wij zusters verbonden zijn met mensen over de grenzen. De internationaliteit is in de oorsprong van de themakeuze heel direct aanwezig. PaterTjeu Timmermans leest nr. 12 van de constituties voor. Ook daar staat nergens “Nederland”. Het gaat om de algehele christelijke bevrijding van de mens, voorrang geven aan de armen, lenigen van die noden waarvoor niemand zich inzet. Ook in de constituties is neergelegd dat de zusters aandacht willen hebben voor die situaties die de mensheid betreffen, die veel groter is dan de lokale kerk en samenleving. Daarin ligt een worteling van de internationaliteit, waarmee de ter vergadering uitgereikte inleiding begint.
De uitnodiging aan het volk van God is, te beseffen dat zij voortdurend zelf gast zijn en dat niets van wat hun is toevertrouwd, van henzelf is. De vreemdeling aanvaarden is God aanvaarden als degene die totaal anders is."
 
Aan de hand van 3 vragen werd, in groepen, op die internationaliteit dieper ingegaan
In het plenum werd o.a. het volgende naar voren gebracht.
° De beheersing van de taal is noodzakelijk om als gedelegeerde  
  alles goed te kunnen volgen.
° Het verschil van cultuur speelt een heel grote rol.
° Kan ik mijn visie loslaten, om mee te gaan in de nieuwe toekomst?
° Is ons vertrouwen wel groot genoeg om alles uit handen te geven? Wat ook een risico is om dit te doen, aangezien onze verwachtingen anders zijn en wij er eigenlijk nooit aan toe zijn om iets uit handen te geven. Je voelt je armer, onzekerder, soms afgeschreven, niet meer zo nuttig, anderen gaan over je beslissen, je voelt je afhankelijk.
° De Nederlandse provincie moest vaak lijnen uitzetten, die naderhand elders werden gevolgd. Men heeft vaak baanbrekend werk moeten verrichten. Enerzijds is het heel goed om in het centrum te staan, anderzijds is het vaak ook heel lastig.
° Willen wij iets leren van die ander, en wat willen wij leren van die ander?
° Loslaten is nog altijd een heet hangijzer. Willen wij echt loslaten? Wat moeten wij loslaten? Waar zijn wij al bezig, waaraan hangen wij nog vast?
 
De gespreksleidster wees op de keuze van afvaardigden voor het generaal kapittel. Er werden drie invalshoeken naar voren gebracht: de betrokkenheid in relatie tot het proces van loslaten, identiteit – wereldwijd -, en mentaliteit als leerproces. Die aspecten zouden mogen worden meegenomen, als men tot afgevaardigde wordt gekozen.
Er werden 3 afgevaardigden gekozen en een plaatsvervangster, die invalt als een van de gekozen afgevaardigden uitvalt.
 
Het samenstellen van de werkgroepen
Het “Werkblad Samenstellen van de werkgroepen” werd uitgedeeld. De gespreksleidster wees tevens op punt 4 uit het verslag van 28 oktober 2008, waar een toelichting en aanvulling werd gegeven op de vier kapittelwerkgroepen. In groepen zou nu verder gesproken worden over het aantal leden en de samenstelling per werkgroep.
Tijdens de inventarisatie kwam men op 5-7 leden per werkgroep en was de samenstelling snel rond. Iedere groep is vrij niet-kapittelleden er bij te betrekken.
 
In de terugblik van Pater Tjeu Timmermans memoreerde hij: “Vanmorgen zijn wij bij elkaar gekomen rond het thema “Wij zijn genodigd”. Die ontmoeting heeft zich voltrokken; de ontmoeting met de Eeuwige, de ontmoeting met de internationale wereld en de zusterschap van uw congregatie in die internationale wereld. Die ontmoeting heeft zich ook voltrokken daar waar u heeft nagedacht over uw toekomstperspectief; in de ontmoeting rondom het zoeken naar de afgevaardigden en het spreken over "aanvaarding" en “liever niet”. De ontmoeting heeft zich vervolgens verdicht naar “wie gaan elkaar ontmoeten in werkgroepen", zodat richting kan worden gegeven aan de weg die men de komende jaren wil gaan. Ook was er een ontmoeting met de zusters die hier vandaag niet waren; niet omdat zij dat niet willen, maar omdat zij dat niet (meer) kunnen."
 
Genodigd tot ontmoeting - wij waren dat vandaag allemaal. Wij mochten thuis zijn in de tent van God, temidden van mensen.