OP WEG NAAR HET KAPITTEL

 

Laatste voorbereidende bijeenkomst op 14 mei 2009

In ons kapittelthema “Wonen in Gods tent, gastvrij, creatief en bevrijdend”,  hebben wij onze creativiteit vorm kunnen geven in het opstellen van  praatpapieren, dat in verschillende commissies plaatsvond. In  de voorbereidende bijeenkomsten werden deze uitvoerig besproken en met de nodige kanttekeningen en wijzigingen voorzien. In de kapittelweek zullen de herziene teksten verder worden verwerkt. Met al deze voorbereidende bijeenkomsten hebben meerdere zusters te kennen gegeven dat dit meedenken en een volle dag aanwezig zijn,  veel van hen vraagt. Dat is te begrijpen. Niettemin is er geprobeerd om er  zoveel mogelijk zusters  bij te betrekken en er samen goede  en vruchtbare werkdagen van maken.
         
                           Kapittelbegeleiding: mw. Ineke Popma - zr. Cornelia - p. Tjeu Timmermans
 
De volgende onderdelen kwamen ter sprake;  Erfgoed – Kronieken – Archief - Kloostercultuur en Vorming.
In de voorbije bijeenkomsten passeerden reeds : Toekomstige bestuurbaarheid en kapittel houden, ouderenbeleid en mantelzorg, personeel en financieel beleid, communicatie, liturgie en uitvaartverzorging
Van de zusters werd gevraagd om de ingebrachte teksten van de werkgroepen te bespreken en kritisch te beoordelen, zodat ieder voorstel kan worden bijgesteld en als herziene tekst kan worden voorgelegd aan het kapittel dat van 14-20 juni in Wahlwiller plaatsvindt.
 
De achterblijvers laten de zaak nu over aan de kapittelleden. Dat doet men met een groot vertrouwen. In die geest gaf een zuster iedereen het citaat uit Johannes 21 mee: “Toen je jong was, omgordde jij jezelf en kon je gaan waar je wilde, maar nu je oud geworden bent, zullen anderen je omgorden en je leiden waar je misschien niet wilt gaan”.
 
P. Timmermans sluit in zijn terugblik op deze en de andere kapittelbijeenkomsten aan bij het aspect “verdieping”: “Ergens kennen wij het verhaal dat spreekt over “zes dagen”, zes dagen waarin de schepping tot voltooiing kwam. Na iedere dag werd gezegd “En God zag dat het goed was.” De zevende dag was een rustdag, dat wordt in ons geval een aantal dagen, waarop alles wat is aangedragen, wordt besproken, opnieuw wordt bekeken,en waarin alles wordt meegenomen wat tot nu toe werd gezegd. Op het kapittel komt natuurlijk ook aan de orde wat achter al die stukken zit aan persoonlijke beleving, aan betrokkenheid, aan inbreng, geraaktheid, lastigheden, vreugde en pijn. Er is een lied, “Breek uw tent op, ga op reis”. U bent begonnen aan een reis van jaren. Wij hebben zes keer onze tent opgepakt en ergens neergezet. Bij voorkeur wordt een tent neergezet bij een bron, in een oase, daar waar leven groeit en waar bloemen zijn. Ik heb de indruk dat wij onze tent hebben neergezet bij de bron van de inspiratie van de congregatie, dat wij de tent hebben neergezet in de oase van de zusterschap en dat wij de tent hebben geplaatst daar waar het groen is en waar de bloemen bloeien, daar waar mensen tot ontplooiing komen en tot uitbloei of voltooiing komen. Zo hebben wij deze zes dagen met elkaar gesproken, tot vreugde, tot bezinning, tot ontplooiing, in verband met toekomst en perspectief.
De reis die wij samen afleggen en die bedoeld is om vooruit te kijken, richt zich op het feit dat wij het woeste land, waar doorheen de tocht zich voltrekt, ombouwen tot waar de steppe zal bloeien. Met dit lied werd deze dag beëindigd.”