Generaal kapittel, tweede week in Curitiba

 

Wij zijn op 10 januari met een feestelijke Eucharistieviering begonnen. In het openingswoord van zr. Lurdes Luke, generale overste, herinnerde zij aan de woorden van onze paus Franciscus in verband met het Jaar van het Godgewijde leven: ”De huidige tijd en de eigen roeping, uitgaande volgens het evangelie, met passie te leven en de wereld getuigenis te geven van de navolging van Jezus Christus”.

Aan deze openingsviering van ons 28-ste generaal kapittel namen veel zusters uit de provincies/ regio van Latijns- Amerika deel. Het was een belangrijk moment met veel ontmoetingen en uitwisselingen, wat ten goede komt aan de versterking van onze internationaliteit. Vreugde was het gevoel dat door de zusters en vrienden die met ons vierden, op verschillende manieren tot uitdrukking  werd gebracht.

De eerste dagen doorliepen we een proces van integratie en bewustwording in het licht van Gods woord. Onze gespreksleidster, Annette Havenne ISM,  ging uit van drie  teksten: Genesis 21, 14-19 ; Hagar en de geschiedenis aan de Bron: Lukas 24, 13-31; de Emmaüsgangers: Matheus 6, 25-34  “Van verlangen naar de diepste wens”. Deze verhelderende woorden waren voor ons een hulp  bij het inkeren in onszelf en om ons goed op ons kapittel voor te bereiden.

 

Het generaal bestuur sloot daarbij aan met hun bericht over de ambtsperiode 2010 tot 2015. Wij hadden de gelegenheid ons door deze rijke mededeling met beelden uit het leven en de zending van onze zusters in de verschillende realiteiten, waarin wij vertegenwoordigd zijn, de weg van 5 jaren in herinnering te roepen. Belangrijk was de grote beweging waar te nemen van het leven en de zending van de congregatie in elk continent.

Op een heldere objectieve manier gaf het economische team van het generalaat het financiële overzicht van de congregatie. Het wees op de noodzaak van de  onderlinge solidariteit en, met het oog op de toekomst, naar nieuwe wegen te zoeken.

De laatste dagen werkten we aan de analyse van de sociaal - politieke, financiële, culturele en kerkelijke situatie op wereldniveau, alsook van het religieuze leven. De reflexie, de informaties en de provocerende wijze van inbreng van de inleiders raakten ons diep. Zij riepen ons op stil te staan bij onze persoonlijke en gemeen-schappelijke bestaansgrond van de provincies/regio en de congregatie en ons af te vragen, hoe wij een veranderingsproces op gang kunnen brengen.

In het verloop van deze eerste week werd deze omvangrijke en waardevolle inhoud in groepsgesprekken verder uitgediept om daaruit belangrijke punten te halen en vast te houden voor de verdere weg van het proces.

Laten we, verbonden in het gebed, verder gaan