Ons Erfgoed
 
 
dagindeling
 

Vóór Vaticanum II

"Ora et labora",  bidden en werken, dat was het devies.

 

 Bidden en werken was het voornaamste in ons kloosterleven. Dat begon 's morgens om 5.20 uur, dan luidde de klok en moesten we opstaan. Onder het wassen en aankleden werd door een zuster voorgebeden en iedereen bad mee. Dan gingen we naar de kapel waar we de Matutin (de latijnse naam voor de Metten) baden uit het Maria officie, in het Latijn. De meditatie volgde en de Prime, de Terts, de Sext en de None, die de kleine uurtjes werden genoemd. Om 7.00 uur was de H.Mis. Na de mis werd het bed opgemaakt. Daarna ontbijt, intussen werd er uit een geestelijk boek voorgelezen. Na de afwas ging iedereen aan het werk. Om 10.00 uur was het tweede ontbijt.We gingen weer aan ons werk tot 11.50 uur,  dan snel van kap verwisselen om om 12.00 uur in de kapel te zijn voor een gewetensonderzoek. Een paar punten moesten we opschrijven in het particulaar boekje, dat we in onze zak droegen met een klein potlood. Onder het middageten werd weer voorgelezen uit een stichtelijk boek. Na het eten gingen we van de refter naar de kapel voor een korte aanbidding en onderweg werd psalm 50 gebeden. Dan werd de afwas gedaan in de hal, in de keuken bij de zieken en in het Noviciaat. Er was een uur recreatie , waaronder drie punten van de meditatie door een zuster gezegd moesten worden. Vervolgens weer aan het werk met een onderbreking om 16.00 uur, voor koffie met boterhammen en dan mocht er gepraat worden. Om half zes was er Lof en Vespers. Tussendoor werden de verplichte gebeden gedaan, zoals het rozenhoedje, de 13 onzevaders, bezoek van 10 minuten aan de kapel en het kruisgebed. Na het avondeten en de afwas hadden we recreatie tot 20.30 uur, daarna gingen we naar de kapel en baden onderweg onzevaders en weesgegroeten. In de kapel werd de meditatie voor de volgende morgen voorgelezen en na een kort avondgebed gingen we naar bed. Het was dan ongeveer 21.00 uur.